Oogcontact
Het is fijn dat je andere mensen in de ogen kunt kijken. Dat is een van de manieren om wezenlijk contact met elkaar te hebben. Niet dat je elkaar dan altijd goed begrijpt, maar er is iets van herkenning. Ik kijk bewust naar de ogen van insecten. Sommige van die ogen kijken ook terug. Dat komt over als een vorm van communicatie. Zelfs een piepklein vliegje (Sapromyza) van misschien 5 mm lijkt mij aan te kijken. Geen idee wat die dan precies ziet. Het is onwaarschijnlijk dat de individu, die ik ben, gezien wordt.
Door de samengestelde ogen, facetogen, zien insecten de wereld zo wie zo anders. Deze facetten zijn zelfs zonder grote lens voor mijn camera af en toe goed te zien. Bij vliegen en zweefvliegen is dat mooi zichtbaar. De grootte en kleur van de ogen verschilt per soort enorm. De kop van een kleine rouwvlieg (of maartse vlieg) bestaat bijna geheel en al uit ogen. Bij veel vliegen zijn de ogen groot. Soms steken er haren tussen de facetten uit de ogen. Enkelen hebben ogen met meerdere kleuren of hebben zelfs een stippenpatroon, zoals de weidevlekoog (zweefvliegen).
Gestippelde ogen kun je ook bij bijen tegenkomen. Blauw, in dit geval van het mannetje van de bonte viltbij. Bij libellen is een deel van het oog gevlekt. Grote ogen gemaakt voor de jacht. De gewone regendaas heeft weer een heel ander fraai patroon op de ogen.
Veel kleiner zijn de ogen bij de meeste kevers en wantsen. Een kniptor en de bonte ribbelboktor hebben kleine donkere ogen. Net als een pyamawants. Niettemin heb ik het idee dat ze mij ook aankijken. Soms is er echter slechts nog een vermoeden, dat er gekeken wordt in de richting van waar ik sta. Onpeilbaar is de aanblik van een vriendelijke klokjesdikpoot (bij). Donkere ogen van bepaalde wespen en bijen zijn als glanzende poelen. Daar verdrink ik met plezier in.
- auteur
- Lia Koster
- laatst gewijzigd op
- gepubliceerd op
- uri:urn:uuid
- f6428fd8-7ea4-4340-a33a-a467ac7783f9












