Reuzen tegenkomen

De schrik voor de Aziatische hoornaar zit er bij veel mensen in. Vergeleken met de gewone wesp is het ook een joekel. Ik zie haar bij de klimop jagen op bijen, zweefvliegen en tenslotte een wesp vangen. Met de fotocamera kom ik dicht bij de hoornaar. Er wordt niet agressief gereageerd, de jacht vraagt alle aandacht.

Het is eigenlijk best een mooi beestje. Donkerder maar kleiner dan de Europese hoornaar. Die heb ik dit jaar nog niet zoveel in de tuin gezien. Of wacht! Daar zit er eentje. Ik ga dichterbij met de camera en zie dan dat het een vlieg is, de hoornaarzweefvlieg. Een knap staaltje van mimicry. Je snapt meteen waarom de vlieg zo heet.

Het is een van de grootste zweefvliegen. Daarom wordt deze ook wel stadsreus genoemd. Ze zit lekker te eten van de nectar uit de klimop. Zij is niet bang voor hoornaars. Sterker nog, zij gaat hun nest in en legt daar haar eitjes. De hoornaars laten haar met rust. Dat komt waarschijnlijk niet door haar kleuren, maar vermoedelijk door geur. Het is nog niet helemaal bekend hoe dit kan. Haar jongen eten afval en dode hoornaarlarven. Voor de winter verlaten de (hoornaar)wespen het nest en gaan dood. Alleen de net bevruchte koninginnen zullen ergens anders de winter overleven.

De larven van de stadsreus blijven achter in het nest en overwinteren er. Ook de larven van een witte reus, die ik opmerkte, legt haar eieren in een nest van een wesp (hoornaar, of Duitse of gewone wesp).

De gele reus legt haar eieren op een misschien minder spannende plek, op loofbomen bij sapstromen, veroorzaakt door de wilgenhoutrups. Deze gele reuzen zijn vrij zeldzaam in Nederland. Leuk om die dan tijdens een wandeling tegen te komen.

auteur
Lia Koster
laatst gewijzigd op
gepubliceerd op
uri:urn:uuid
39b42e75-0a2e-40ec-a1ec-1bf9d7590d3f